‘Weg naar een plek waar niemand hem kon zien. Naar een plek waar het stil was.’ Zomaar twee zinnen in een nieuw kinderboek, over een panter op de vlucht. Niet voor gevaarlijke dieren – hij staat immers zelf hoog in de voedselpiramide – maar voor de discriminerende reacties op zijn spraak. Panter stottert namelijk…
Door Steven de Jong
Om de beweging ‘The Right to Stutter’ gerust te stellen: dit prentenboek, getiteld 𝗣𝗮𝗻𝘁𝗲𝗿 𝘄𝗶𝗹 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗽𝗿𝗮𝘁𝗲𝗻, volgt niet de stappen die Panter zet om het stotteren te ‘overwinnen’. Gelukkig niet, zeg. Nee, dit door Iris van der Veen prachtig geïllustreerde verhaal volgt belangrijkere ontwikkelingen. Hoe Panter een kakelende kip met een accent ontmoet – een kip die hem begrijpt.
‘𝘜 𝘴𝘵𝘰𝘵𝘵𝘦𝘳𝘵!’, 𝘻𝘦𝘨𝘵 𝘒𝘪𝘱 𝘰𝘱 𝘦𝘦𝘯 𝘨𝘦𝘨𝘦𝘷𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘮𝘦𝘯𝘵 𝘵𝘦𝘨𝘦𝘯 𝘗𝘢𝘯𝘵𝘦𝘳, 𝘥𝘪𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘷𝘰𝘭𝘨𝘦𝘯𝘴 𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘢𝘢𝘮𝘥 𝘯𝘢𝘢𝘳 𝘥𝘦 𝘨𝘳𝘰𝘯𝘥 𝘬𝘪𝘫𝘬𝘵.
Ja, in dit kinderboek zit alles. Het erkent de gevoelens van het stotterende kind en leert ons wat er nodig is om plezier in het praten terug te krijgen. Want daar gaat het toch om? Daarvoor is een kip nodig die Panter vrij laat stotteren. Daardoor hoeft Panter zich niet meer te verstoppen voor hyena’s en nijlpaarden.
We zien – de tekeningen zijn raak en invoelend – zijn zelfvertrouwen langzaam groeien. ‘Als je goed naar de ogen van Panter keek, zag je dat die nu heel anders stonden. Ze straalden kracht uit.’ Dit allemaal dankzij de kip die blijft herhalen dat het niet uitmaakt hoe je praat.
De panter krijgt geen spraakles. Wel een bondgenoot in de gedaante van een kip met eveneens een spraakvariatie. Precies dát had hij nodig.
Ontroerend zijn de slotwoorden van de schrijver zelf, Kaj Driessen: “Als kind was ik net als Panter. Ook ik had het geluk op een dag Kip tegen te komen. Samen beleefden we mooie avonturen, en dat doen we nog steeds. Door Kip durfde ik mezelf te zijn, durfde ik mijn verhaal te doen en durfde ik dat op te schrijven. En nu? Ik gun het iedereen Kip tegen te komen. En mocht je ooit een Panter ontmoeten, luister dan naar zijn of haar verhaal.”
‘Panter wil niet praten’ (Samsara Books) is een boek dat veel eerder gemaakt had moeten worden. In een tijd dat het stotteren geproblematiseerd werd en behandelaars onzinnige en vernederende methoden toepasten. ‘𝗣𝗮𝗻𝘁𝗲𝗿 𝘄𝗶𝗹 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗽𝗿𝗮𝘁𝗲𝗻’ 𝗴𝗮𝗮𝘁 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗽𝗮𝗻𝘁𝗲𝗿 𝗱𝗶𝗲 𝗷𝘂𝗶𝘀𝘁 𝗵𝗲𝗲𝗹 𝗴𝗿𝗮𝗮𝗴 𝘄𝗶𝗹 𝗽𝗿𝗮𝘁𝗲𝗻, maar liever niet in een dierenrijk waarin iedere stotter veroordeeld wordt. Dit boek normaliseert stotteren, als variatie in de spraak. Dat haalt de schaamte ervanaf. En de schuld die kinderen voelen als spraakoefeningen niet werken.
De meeste kinderen ontgroeien het stotteren vanzelf. Een deel zal blijven stotteren, ondanks therapie/logopedie. Voor beide groepen werkt dit boek helend, want geen kind moet voelen wat de panter voelt: dat het zich moet ‘verstoppen op een plek waar het stil is’. Dit boek laat kinderen weer praten. Beoordeling: vijf sterren. ⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️

