De Stotterbond

Sophie, 16 jaar, doet in YoungMinds een boekje open over hoe het is om te stotteren. Zij maakt goed duidelijk wat voor impact het op je mentale welzijn heeft als je telkens afgerekend wordt op hoe de woorden eruit komen.

“Het stotteren bepaalde steeds meer hoe ik mij voelde. Toen ik 11 werd, had ik er echt veel last van dat ik anders praat. Het leven werd er heel moeilijk door. Mijn vrienden begrepen niet waarom ik stotterde en waarom het soms heviger was. School gaf mij veel stress. Na de derde klas ben ik gestopt en thuisonderwijs gaan volgen. Mijn mentale gezondheid leed er te veel onder. Toen ik thuis mijn schoolwerk deed, viel er een last van mij af. Ik voelde mij weer wat gelukkiger en het stotteren werd minder. Het speelde vooral op als ik te snel wilde praten, of als ik er tussen probeerde te komen. En ik viel stil bij mensen die ik voor het eerst ontmoette en nog niet wisten van mijn stotteren.”

“In september begon ik met de opleiding Dierenwelzijn. Het stotteren kwam meteen in alle hevigheid terug. Ik was er kapot van. En boos, teleurgesteld in mijzelf. Wel maakte ik nieuwe vrienden die aardig voor mij waren en er vragen over stelde. Maar na een paar maanden werd ik door anderen uitgelachen. Ik voelde me raar. Alsof ik anders was dan de andere leerlingen.”

“Ik voel mij door het stotteren ontzettend alleen. Iedereen denkt dat je het makkelijk kunt afleren, maar als dat zo was, dan had ik dat allang gedaan. Het stotteren zorgt ervoor dat ik mij anders voel dan de anderen. Als ik iets leuks of belangrijks wil zeggen, komen de woorden er niet uit zoals ik wil.”

In het artikel geeft Sophie ook tips over hoe om te gaan met stotteren. Die laten zich samenvatten als: maak onze zinnen niet af, behandel ons niet alsof we een kleuter zijn, toon interesse in wat wij zeggen (niet hoe) en kijk niet gegeneerd weg als wij stotteren. Kortom: behandel ons alsof we gelijken zijn. De reacties op het stotteren maken het stotteren zwaarder dan nodig.