“Bij volwassenen gaan momenten van spraakonvloeiendheid meestal gepaard met uiteenlopende cognitieve, gedragsmatige en emotionele reacties, die vaak een centraal onderdeel van het stotteren worden.” ๐ฌ
“Door deze interne reacties en negatieve feedback vanuit de omgeving kan stotteren een grote impact hebben op iemands lichamelijke, psychologische en sociale kwaliteit van leven. Het staat goed vast dat genetische factoren een rol spelen bij het ontstaan van stotteren.” ๐ฌ
Interessante onderzoekspublicatie in Nature Portfolio, onder de titel: ๐๐ฒ ๐ป๐ผ๐๐ผ ๐ฝ๐ฟ๐ผ๐๐ฒ๐ถ๐ป-๐ฐ๐ผ๐ฑ๐ถ๐ป๐ด ๐ด๐ฒ๐ป๐ฒ ๐๐ฎ๐ฟ๐ถ๐ฎ๐ป๐๐ ๐ถ๐ป ๐ฑ๐ฒ๐๐ฒ๐น๐ผ๐ฝ๐บ๐ฒ๐ป๐๐ฎ๐น ๐๐๐๐๐๐ฒ๐ฟ๐ถ๐ป๐ด. ๐งโ๐
Het citaat komt uit de inleiding. Deel vooral ook andere fragmenten en voorzie die hier van commentaar. Dank aan de tien onderzoekers, van wie drie uit Nederland: Else Eising, Lottie Stipdonk en Marie-Christine Franken.
Wat betekent deze wetenschappelijke publicatie voor de beoordeling van logopedie in het verleden en wat kan moderne therapie hiervan leren?
Voor nu ook even deze vraag: als het stotteren, dat per persoon enorm kan variรซren in hevigheid, zo’n enorme impact kan hebben op geestelijke welzijn, moet er dan niet veel meer aandacht zijn voor ‘het leven met stotteren’ en het stottervriendelijker maken van de omgeving (gezin, school, werk)?
Daarin zijn al positieve ontwikkelingen waar te nemen, maar spreken logopedisten elkaar wel voldoende aan op hun werkwijze? De ‘negatieve feedback’ waarover deze onderzoekers het hebben, vindt ook plaats in de behandelkamers, in het gezin en in de klas. Omgevingen die voor kinderen met andere handicaps wรฉl actief ’tolerant en veilig’ gemaakt worden, zijn voor mensen die stotteren vaak vijandig. Op het Wereldstottercongres in Finland gingen veel handen (meer dan de helft) omhoog toen de vraag werd gesteld of zij hun school als ‘onveilig’ hadden ervaren. Dat is onacceptabel!
Wie de pech heeft een sterke genetische aanleg tot stotteren te hebben, mag – conform het VN Verdrag Handicap – ook zeker iets verwachten van de omgeving. Veel behandelaars reageren afwijzend en allergisch op dat idee. Dat wordt dan weggezet als ‘slachtofferschap’ en ‘onrealistisch’. Met tegenwerpingen als ‘je kunt de wereld niet veranderen, alleen jezelf’.
Stotteren wordt helaas nog steeds vaak als ‘incompetentie’ gezien, dat wij moeten zien te ‘overwinnen’. Het zou enorm veel gezondheidswinst opleveren als wij het recht voelen om te stotteren, ook in praatfuncties, en dat wij ons niet schuldig hoeven te voelen dat wij ‘nog steeds’ stotteren.
๐ Kan dit onderzoek helpen om het stigma te doorbreken ‘dat wie nog steeds stottert onvoldoende zijn/haar best heeft gedaan om er vanaf te komen’? Wat is er nodig om de publieke opinie over stotteren realistischer te maken en te ontdoen van misvattingen die hierover al heel lang leven? Reageer op LinkedIn.