‘Stotteren, er is wat aan te doen!’, luidt de titel van de zoveelste stigmatiserende folder van het StotterFonds. Op pagina 2 een plaatje van een man met een woordwolk. Daarin alle letters van het alfabet door elkaar geklutst. Dat beeld hakt er nog harder in: alsof je geheel onverstaanbaar bent door stotteren…
In de uitleg over stotteren de bekende (medische) beschrijvingen (herhalen, vastzitten, schaamte, verdriet, angst, boosheid). Maar helaas volledig op het individu gericht. Als je dit als werkgever leest, denk je meteen: oeh, moeten we dit soort instabiliteit wel in huis halen? Wat moet je immers met een werknemer die soms “niet zegt wat hij eigenlijk wil zeggen”…
Er volgt geen enkele alinea over wat helpend kan zijn om degene die stottert vrijuit te laten stotteren, en alles te laten zeggen wat diegene wil zeggen. Nee, de folder spreekt liever over “een complexe stoornis”, “verschillen in hersenstructuur” en dat het stotteren “iemands leven kan beheersen”. Ja, in een omgeving waarin iedereen het StotterFonds napraat en zegt ‘DOE ER WAT AAN!’ gaat dat inderdaad je leven beheersen.
Er wordt opgemerkt dat veel mensen die stotteren kiezen voor een “niet-praatberoep”, zonder daarbij te vermelden dat zij zich vaak niet vrij voelen om in een praatfunctie stotteren. Alle verantwoordelijkheid wordt bij het individu gelegd, getuige dus ook de titel van de folder ‘Stotteren, er is wat aan te doen!’.
Vervolgens worden er beweringen gedaan die beoordeeld kunnen worden als een valse gezondheidsclaim. Bijvoorbeeld: “Stotteren kan nog niet altijd voor de volle 100 procent verholpen worden. Er zijn wel veel manieren om goed met stotteren om te gaan en er is zeker veel aan te doen.” Waar slaat dit op? Voor de volle 100 procent? Dus het kan wel met 90 procent verminderd worden, mits je maar goed je best doet bij de therapeut?
Wreed dat zelfs het StotterFonds, dat de voorlichting heeft overgenomen van patiëntenvereniging Demosthenes, de doelgroep de opdracht geeft het stotteren zo veel mogelijk te “verhelpen”. Minder stotteren, dat moeten wij dus vooral gaan doen… Nergens de opmerking dat er ook iets van de omgeving (school, werk) verwacht mag worden. Met dergelijke folders worden wij nog meer op achterstand gezet.
Deze folder is ordinaire therapie-promotie, en dan ook nog eens de achterhaalde variant van stottertherapie. Dit geeft de therapeuten die wel emanciperend en inclusief bezig zijn een slechte naam.
Vervolgens sluit de folder af met de zin: “Wij willen de kennis over het stotteren verruimen en de stotterproblematiek in het algemeen verminderen. Daarom werven wij fondsen waarmee we projecten op het gebied van voorlichting, onderzoek en preventie ondersteunen. Er zijn folders voor artsen, ouders en docenten.” Dit is al sinds 1998 aan de gang en het wordt tijd voor een diepgaand onderzoek naar de negatieve beeldvorming rondom stotteren en wie daar verantwoordelijk voor is.
De allerlaatste zin van de folder: “Via het StotterFonds en de patiëntenvereniging Demosthenes kun je in contact komen met andere personen die stotteren of advies krijgen over therapieën. Wie weet is dat voor jou net het zetje in de goede richting om de stotternarigheid langzaam maar zeker van je af te schudden.” Stotternarigheid? Serieus, StotterFonds?
Het is duidelijk: patiëntenvereniging Demosthenes moet breken met dit StotterFonds, waarvan het zelf de stichtende partij is geweest. Een patiëntenvereniging is er om de stigmatiserende voorlichting van behandelaars te controleren, niet om zich door behandelaars monddood te laten maken.
Deze probleemfolder is te downloaden via het StotterFonds. Wij plaatsen dit soort stigmatiserende folders niet meer door op deze website, omdat de foute teksten dan zonder context verspreid worden.
Tot vorige week stond op de ‘Geef Geld’-pagina van het StotterFonds: “𝗛𝗲𝗹𝗮𝗮𝘀 𝗶𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝗻𝗼𝗴 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝘇𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗱𝗮𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝘀𝘁𝗼𝘁𝘁𝗲𝗿𝗲𝗻 𝗱𝗲 𝘄𝗲𝗿𝗲𝗹𝗱 𝘂𝗶𝘁 𝗶𝘀.” De missie, ja zelfs de missie (!) van het StotterFonds, luidde: “Het probleem stotteren de wereld uit.” Meer hierover:

Afbeeldingen van de stigmatiserende StotterFonds-folder. Dergelijke voorlichting voedt het stigma dat wij zelf verantwoordelijk zouden zijn voor het stotteren en moeten blijven werken aan vloeiender spraak. En zolang er geen verbetering optreedt, dat werkgevers ons daar dan op af mogen rekenen. Dit moet stoppen! Goede voorlichting doet een beroep op het VN Verdrag Handicap en op de maatschappelijke plicht een inclusieve werkomgeving te creëren, en te vragen aan de stotterende sollicitant/werknemer: “Wat heb jij van ons nodig om vrijuit te zeggen wat je wil zeggen, ook al is dat met stotters.”