De Stotterbond

“Ik wil niet over persoonlijke issues praten! Timing is gewoon niet mijn sterkste punt.” Met dat inzicht was de stotterende koning George VI (1895-1952) zijn tijd ver vooruit. Stotteren is een neurofysiologische variatie in de spraak. Onze spraak is gewoon wat sneller ontregeld, maar dat zegt in de kern niets over onze psychische of emotionele conditie.

Wij zijn niet instabieler dan mensen die vloeiend spreken. Er is juist moed voor nodig om te praten terwijl je weet dat je maar beperkte controle hebt over hoe je woorden eruit komen. Wie zich stotterend laat horen wordt vaak als angstig gezien, terwijl het tegenovergestelde meer recht doet aan de werkelijkheid.

Het is natuurlijk wel zo dat opgroeien met een stotter diepe sporen kan trekken. Zelfs als je de koning van het Verenigd Koninkrijk bent. Hoe hardnekkig de maatschappelijke afwijzing van stotteren is, blijkt uit de film over hem: The King’s Speech (2010) van Tom Hooper. In de ideale wereld had koning George VI zich helemaal niet druk hoeven te maken om stotters tijdens zijn speech. Maar zijn omgeving – en hijzelf – deden dat helaas wel.

The King’s Speech gaat over de maatschappelijke druk op een stotterende koning om vloeiend te praten. Een afwijzing die hij had geïnternaliseerd. Onder invloed van vloeiendsprekers die stotteren niet begrijpen, accepteerde hij zijn eigen stotteren niet meer. Dat maakt de film zo triest. Als George VI zijn schouders had opgehaald over zijn stotteren, had hij vele stotterende onderdanen kunnen inspireren. Hij had hen het recht kunnen geven om te spreken zoals zij spreken. Stotterend. Maar in een wereld waar de stotterende spraak er niet mag zijn, kan zelfs een koning niet vrijuit praten.

Een ongemakkelijke en verdrietige film dus. Als de koning – die zijn uiterste best doet om vloeiend te spreken – even vastzit, wenden mensen in het publiek hun hoofd af. Dat moment van ‘plaatsvervangende schaamte’ is veelzeggend: het ongemak zit bij de toehoorder. De angst om naar stotteren te luisteren. Geen spreekangst dus, maar luisterangst.

In plaats van de koning te trainen op vloeiend spreken, had het publiek hier ook een les geleerd kunnen worden. Leren luisteren naar iemand die stottert… Dat zelfs een stotterende koning doodzenuwachtig werd van zijn vloeiendsprekende onderdanen, zegt veel over hoe hard de maatschappij afwijkende spraak afwijst. Zelfs een koning krimpt daarvan ineen. Dus hoe moet het dan wel niet zijn voor een stotterend kind tijdens een spreekbeurt?

Dit is een waargebeurde dramafilm. Maar het echte leven met stotteren hoort geen drama te zijn. Dat toehoorders zich ongemakkelijk voelen bij onze stotters, hoort niet door te werken in de vrijheid die wij wel of niet ervaren om ons te uiten.