Hoe is het om hevig te stotteren en een spreekbeurt te houden? Dat beschrijft de 16-jarige Andrew Flint op de opiniepagina in The Washington Post. Een fragment:
“Ik begin te spreken, en iedereen wordt stil. De ogen van twintig klasgenoten zijn op mij gericht. Ik voel een brok in mijn keel. Mijn hart klopt sneller en mijn borst voelt heet. Ik zeg mijn zin met grote moeite. Mijn spreektempo is erg hoog, maar doordat ik zoveel stotter, komen de woorden er pijnlijk traag uit. De één of twee minuten die het duurt, voelen als een eeuwigheid.”
“Ik voel me vervuld van angst, woede en schuld. Terwijl ik spreek, is mijn geest ergens anders. Ik zou me moeten concentreren op wat ik zeg, maar dat lukt me niet. In mijn hoofd denk ik alleen maar dat mijn klasgenoten slechter over mij zullen denken na dit moment. De enige stem die ik hoor vanbinnen is een schreeuwende: JE MOET JE SCHAMEN VOOR JE GESTOTTER! en NIEMAND STOTTERT BEHALVE JIJ!”
Wat als Andrew’s leraar deze spreekbeurt had ingeleid? Bijvoorbeeld met de woorden: ‘Zoals jullie weten stottert Andrew. Wij gaan hem niet beoordelen op zijn spraak, maar luisteren aandachtig naar wat hij te vertellen heeft. Hij mag zoveel stotteren als hij zelf wil. Sterker, hoe meer hij stottert, hoe meer hij zijn best doet om de woorden eruit te krijgen. Respect daarvoor. Daar zou hij juist extra punten voor moeten krijgen. Andrew, stotter zoveel als je wil!’
Stotteren is een neurologische conditie, met vaak een erfelijke aanleg. De variatie in intensiteit is enorm: tussen personen, maar ook ‘in de persoon’ zelf. Sommigen stotteren thuis nooit, alleen buiten. Dat geeft een gevoel van controleverlies, terwijl mensen die stotteren echt niet zenuwachtiger of angstiger zijn dan vloeiendsprekers. Sterker, er is veel moed voor nodig om stotterend spreekbeurten te houden of nieuwe contacten aan te gaan.
Dat gezegd hebbende, is het natuurlijk onwenselijk als een scholier zoveel paniek ervaart bij het geven van een spreekbeurt. Andrew gebruikt hiervoor de woorden: pijn, angst, woede, schuld, schaamte.
Een 16-jarige jongen hoort dergelijke emoties niet in die hevigheid te voelen als hij een spreekbeurt houdt. Dat is onmenselijk en dat moet voorkomen worden. Lukt dat niet, dan is er blijkbaar geen sprake van een omgeving waarin het stotteren er mag zijn. Terwijl het net als slechthorendheid of slechtziendheid een handicap is die niet verborgen hoeft te worden.
Dit vraagt dus om een inspanning van de school om een psychologisch veilige omgeving te creëren. Het is te gemakkelijk om hier te zeggen dat Andrew Flint hier eerst moet leren zijn eigen stotteren te accepteren. Wat hier echt nodig is, is een school die eerst ruimte maakt voor deze scholier om te stotteren. Hij heeft het recht om te stotteren, ook bij spreekbeurten. Dat hij dit recht niet ervaart, is iets wat de school zich zou moeten aantrekken.