Stel je voor: een klas waarin het stotteren er gewoon mag zijn, ook in kringgesprekken, ook bij een spreekbeurt of bij zomaar een vraag van de docent. En dat het niet uitmaakt hoe het eruit komt. En dat de leerling daarna ook niet baalt als er veel gestotterd is…
Zo’n sfeer ontstaat er op stotterbijeenkomsten, waarin er geen therapiedoel is. Dan is die sociale druk om vloeiend te spreken er even helemaal vanaf. Een school die zich ook maar een klein beetje verdiept in stotteren zal begrijpen dat er een inspanning nodig is om die ruimte ook te creëren onder vloeiendsprekers. Tolerantie voor stotteren kan aangeleerd worden bij leraren en klasgenoten. Je kunt de wereld wèl verandereren, zeker de houding van mensen op school jegens het stotteren.
In de praktijk wordt het stotteren op individueel niveau geproblematiseerd, degene die stottert moet er maar aan werken. En dat terwijl het VN Verdrag Handicap heel duidelijk is: we maken een organisatie niet toegankelijk voor dat ene individu met een beperking, maar voor de samenleving als geheel, voor alle mensen die bij hun geboorte of op latere leeftijd opeens een handicap kunnen ervaren.
Het is onze gezamenlijke plicht om een handicap/beperking te verlichten. Moreel en bij wet.
Juist scholen moeten dat begrijpen. Dat is de plek waar je de ideale samenleving nog kunt vormgeven. Als het daar al fout gaat, werkt dat door in iemands hele leven.
De Stotterbond is er voor het recht om te stotteren, ook bij spreekbeurten.