Plof! En daar viel opeens Het Grote Vrolijke Stotterboek van de stotterende schrijver Jelmer Soes op de deurmat. Een kinderboek zoals de voorzitter van De Stotterbond dat vroeger zelf graag had willen lezen. Die leerde van zijn therapeut: “Iedere stotter is een crash!” Soes straft de stotters niet af. Hij moedigt het zelfs aan.
Op vrijwel elke pagina, raak en sprekend geïllustreerd door Coen Hamelink (het is ook en vooral een kijkboek), is het lachen geblazen. Terwijl er niet weggekeken wordt van het stotterverdriet: denk aan de voetballer die op het veld lekker in de wedstrijd zit, maar in de kantine stilvalt.
Interessant is de passage over Mozes. “Die werd door God gevraagd om aan de mensen te vertellen wat ze wel en niet mochten doen (de Tien Geboden), maar stotterde al zijn hele leven. Dat was niet handig. Dan kun je als god twee dingen doen. Iemand anders vragen, of Mozes opdracht geven om de geboden in steen te beitelen. God koos voor het laatste.”
Hier toch een kritische noot. Niet zozeer richting Soes als wel richting God. Waarom zou Mozes die geboden niet stotterend mogen uitspreken? Ja, vervelend als een gebod verkeerd verstaan wordt, dat had verstrekkende gevolgen kunnen hebben, maar inclusief werkgeverschap is toch ook belangrijk? God verzwaart hier de handicap door Mozes het zwijgen op te leggen. ‘Niet stotteren Mozes! Beitel je woorden maar in steen!’, zo ongevoelig komt dat over. Soes had hier kritischer moeten zijn op God.
Gelukkig kwam het goed. “Mozes werd wel mooi de leider van zijn volk. Hij had ook nog een broer, Aäron. Ja, dat spreek je uit als A-ron. En ja, het zou ook kunnen dat hij eigenlijk Aron heette.” Hahaha, heerlijk.
Dit kinderboek is eerlijker over stotteren dan al die commerciële methoden die beloven dat je stottervrij kunt worden. In lijn met wat De Stotterbond steeds betoogt: “Met stotteren is prima te leven en te werken, mits de omgeving er niet zo’n punt van maakt.”
Een wetenswaardigheid die Soes in klare taal beschrijft: “Van elke honderd kinderen zijn er vijf die stotteren. Vier van hen stotteren niet meer als ze ouder zijn, één nog wel. Dat komt niet doordat die vier heel hard hun best hebben gedaan en die ene niet. Nee, die vier hadden gewoon geluk. En die ene pech. Dus: van elke honderd volwassen mensen op de wereld stottert er één.” Over die ene schrijft Soes, vetgedrukt: ‘Stotter lekker door, hoor.’
De Stotterbond heeft nog lang niet alles gelezen. Maar kan wel alvast zeggen: dit boek voelt goed, ruikt goed, oogt goed. De tekeningen zijn net zo sprekend als de tekst. De eerste indruk is gewoon heel erg goed. Misschien ook omdat de eerste indruk van iemand die stottert meestal niet zo goed is. Overcompensatie alom!
Een boek voor kinderen, maar ook voor volwassenen die vroeger werden afgerekend op hun stotteren. Voor iedereen die stotteren beter wil begrijpen.
Met dit boek (Uitgeverij Blauw Gras) kun je weer lachen om stotteren. Dat juicht De Stotterbond toe. Daarom vijf sterren: ⭐ ⭐ ⭐ ⭐ ⭐