“Veel mensen die stotteren geven aan dat ze worden gepest en worstelen met onzekerheid en gevoelens van uitzichtloosheid. Velen ervaren een negatieve invloed op hun loopbaankansen, hun salaris en de beoordeling van hun prestaties. Het besef dat stotteren een genetische basis heeft, zou kunnen bijdragen aan het verminderen van het sociale stigma.”
Aldus een artikel in Smithsonian Magazine, een populair tijdschrift over wetenschap, cultuur en techniek. Een terzijde in een verslag van het recente grootschalige DNA-onderzoek van Vanderbilt University Medical Center (Jennifer Below). Daaruit bleek dat stotteren een genetische oorzaak heeft.
De laatste zin in die alinea is interessant, want hoe zou je het stigma op stotteren kunnen omschrijven? Dat wij onszelf ‘psychisch niet de baas’ zijn? Dat wij ‘vast een reden hebben om te stotteren’, zodat wij ‘dingen niet aan hoeven te gaan’? Dat wij een angststoornis hebben, dat er vast iets is mis gegaan in onze jeugd, en dat wij dat nog moeten verwerken?
Maar wat als – dit onderzoek volgend – wij helemaal niet stotteren omdat we psychisch afwijkend zijn, maar gewoon omdat wij daar een neurologische aanleg voor hebben? En dat al die psychische problematiek voortkomt uit de reactie van de omgeving op het stotteren? De frons die op het voorhoofd van de ouder komt als een kind zich stotterend uitdrukt. De leraar die ons overslaat. Die stotterervaringen kunnen het stotteren weer verhevigen – en ja, ook onzekerder en ongelukkiger maken, maar dat is dan het symptoom.
Hoeveel winst zou er te boeken zijn als wij ons minder hoeven te schamen voor het stotteren, als wij minder de druk hoeven te voelen om vloeiender te spreken? Als het ons toegestaan wordt om ook te stotteren in praatfuncties?
De Stotterbond in oprichting, een piepklein particulier initiatief, is nu al een jaar bezig met precies daarvoor te pleiten. Door de directe omgeving stottervriendelijker te maken, los je al heel veel op. Wie dan vervolgens technieken wil toepassen – uit vrije wil, dus niet omdat een werkgever het oplegt – moet dat vooral doen. Maar graag uit vrije wil en niet omdat de omgeving verlangt dat je vloeiender gaat spreken. Dat werkt vaak averechts.
Hierom zijn wij blij met dit DNA-onderzoek. Niet omdat we dan ‘bij de pakken neer kunnen gaan zitten’. Nee, want wij werken iedere dag keihard aan onszelf. Wie hevig stottert heeft het niet makkelijk in deze wereld. Dit DNA-onderzoek is belangrijk omdat het de schuld en schaamte wat van het stotteren afhaalt. En dat is winst, niet zomaar winst, maar gezondheidswinst!
Stotter jij? Of heb jij ooit gestotterd? Deel op onze LinkedIn-pagina dan vooral je ervaringen en inzichten. Voel je ook vrij om te mailen, dan gebruiken we je verhaal anoniem.